Column: Hoe bont kun je het maken?

Op de website van BNR.nl lees ik dat minister Bussemaker vindt dat leraren blij zouden moeten zijn. Ik vroeg me natuurlijk meteen af “waarmee dan?” Het antwoord daarop is “met een persoonlijk nascholingsbudget”. Voor de leraar in het PO van € 500 en in het VO van € 600.

Toen ik het las dacht ik meteen hier klopt iets niet. Gaat de minister ons nu ook al voorschrijven waarmee we blij moeten zijn? Na al die verplichte administratieve rompslomp die ze via de inspectie over ons heen heeft gegooid, schrijft ze ons nu ook voor welke emoties we moeten voelen en laten zien. “Kom op mensen wees blij en zwaai met je vlaggetje.” Het doet me denken aan de goeie ouwe tijd van voor de val van de muur en dan met name aan hoe men aan de oostzijde daarvan heeft geprobeerd het volk te belazeren.

Toen ik het bericht wat verder las kwam ik de reactie van de voorzitter van de Aob tegen, Walter Dresscher. Even later hoorde ik hem ook op Radio 1. Nou ken ik die beste man niet als de meest vrolijke en olijke gast die er in Nederland rondloopt en zijn stemgeluid zit hem ook niet mee. Als ik hem hoor praten moet ik altijd denken aan de ceremoniemeester van de laatste uitvaart die ik heb meegemaakt. Van zo’n gast wordt je al verdrietig als je hem ziet en je hebt direct de neiging om in je zakken op zoek te gaan naar een zakdoek want je voelt de tranen al opwellen in de ooghoeken. Wat Dresscher zegt beoordeel ik altijd tegen deze achtergrond.

Maar in dit geval heeft hij wel een punt denk ik. Dresscher legde uit dat het om geld gaat waarover in de cao-onderhandelingen tussen de bonden en werkgevers is gesproken in termen van dat het bestuur kàn besluiten het geld voor dit doel beschikbaar te stellen. Maar om te beginnen is de cao voor het PO nog niet vastgesteld en bovendien hebben de schoolbesturen aangegeven er het geld helemaal niet voor te hebben. Wat Bussemaker dus doet is goede sier maken met iets dat in het PO nog niet is overeen gekomen, maar helemaal los daarvan: ze gaat er helemaal niet over. Ze maakt goeie sier met iets dat er nog niet is en met geld dat uit andermans zakken komt. De minister zit als een ordinaire zakkenroller tijdens de gay-parade met haar vingers in de portemonnee van de schoolbesturen. Haar toezegging is niet eens een sigaar uit eigen doos. Het is een ongegeneerde stinkwind. Hoe bont kun je het maken als PvdA bewindsvrouw?

Zouden ze bij de PvdA nou nog niet door hebben dat wanneer ze met dit soort doorzichtige ongein doorgaan de vrije val eindigt met de klap van een parachutist wiens valscherm niet is open gegaan?

 

Henk van Buiten